Een dak dat verdwijnt in het bos.
Het tuinhuis ligt verscholen tussen de bomen, op een glooiend bosperceel op de Veluwe. De eigenaar wilde af van het versleten oude dak, maar vooral: een nieuw dak dat niet opvalt. Geen glimmend metaal, maar een rustige, matgroene tint die opgaat in het bladerdek — en dat jarenlang zonder onderhoud.
We voerden het dak uit als staande felsdak — ons specialisme. Het zink kreeg een matgroene coating die opgaat in het bos en niet glimt. Felsen, zetten, en de hoekkepers en nok met de hand afwerken: precies het handwerk waar zinkwerk om draait.
Een felsdak is licht en strak — ideaal voor een vrijstaand bijgebouw met een houten constructie, waar het op maatvoering en een nette naad aankomt.
De uitvoering.
Het schilddak vroeg om precisiewerk: vier dakvlakken die in de hoekkepers strak moeten samenkomen. We zetten de banen in staande fels, met de naden mooi in lijn over de volle lengte van elk vlak, en werkten de hoekkepers en de nok af met zelfgezette kappen.
Op het hoogste punt sluit een met de hand gezette ruit het geheel af. De dakranden kregen een nette kraal met overstek, zodat het hemelwater vrij van de houten gevel afdruipt. Twee weken werk, met een dak dat er voor decennia ligt.